Wie mag mee-eten en wie niet? Een recensie

door Cathy Salzman, een Amerikaanse historicus die al sinds mensenheugenis in Rotterdam woont.

Discussies over eten gaan nooit alleen over eten. Dat is het gedachte achter het werk van Fabio Parasecoli.

Parasecoli komt uit Italië en is professor Food Studies aan de universiteit van New York. Zijn nieuwste boek Gastronativism. Food, Identity, Politics introduceert het begrip ‘gastronativisme’, en dat heeft in kringen van culinaire historici voor opschudding gezorgd. De term slaat op het ideologische gebruik van eten in de politiek met de bedoeling om te bepalen wie recht heeft op een plaats in een gemeenschap en wie niet. Aan het voorvoegsel ‘gastro-’ – gerelateerd aan de maag en natuurlijk bekend als onderdeel van woorden zoals ‘gastronomie’ en ‘gastronoom’ – koppelt hij het woord ‘nativism’. Dat laatste is een begrip uit de Amerikaanse geschiedenis en slaat op het idee dat iemands geboorteplaats bepalend is voor zijn/haar recht op van alles en nog wat. Anders gezegd: het slaat op een populistische beweging die zich tegen immigratie keerde en keert. Zulke bewegingen zijn en waren natuurlijk ook in andere landen bekend.

‘Polenta ja, couscous nee. Trots op onze tradities.’ Met die leuzen schiepen de ultra-rechtse Italianen van Lega Nord afstand tussen zichzelf en islamitische immigranten uit Noord-Afrika.

Parasecoli geeft tal van voorbeelden van gastronativisme, vooral uit Italië, de Verenigde Staten en Polen. De Italiaanse voorbeelden zijn heel aansprekend. Tijdens een actie van de Lega Nord in 2004 werd polenta gekookt en uitgedeeld op straat terwijl posters werden opgehangen met de leuze: ‘Polenta ja, couscous nee.’ Het idee was dat de in sommige islamitische landen populaire couscous on-Italiaans is. Parasecoli maakt duidelijk dat de relatie met historische feiten tendentieus is want couscous werd op Sicilië al vanaf de 9de eeuw gegeten terwijl mais pas beschikbaar kwam toen de Europeanen Amerika gingen veroveren, dus in de 16de eeuw. Een ander voorbeeld van gastronativisme betreft paus Franciscus, die in 2019 een gratis maaltijd liet serveren aan 1500 armen en met hen mee at. Wat stond er op het menu? Lasagne, uitdrukkelijk zonder varkensvlees. In sommige soorten lasagne wordt namelijk varkensvlees verwerkt terwijl veel van die armen in Italië moslim zijn. Niet elke Italiaanse gastronativist was dan ook blij met het initiatief van de paus. Dit soort gastronativisme, gericht op uitsluiting, komt tegenwoordig vaak voor. De situatie in Nederland is Parasecoli natuurlijk onbekend. Maar ook Nederland kent natuurlijk voorbeelden van gastronativisme. Te denken valt de kritiek van de PVV in 2009 op halal gevangenismaaltijden.

Ook buiten de kringen van het gastronativisme krijgen de historische feiten niet altijd het respect dat ze verdienen. Zo bestaan er talloze misverstanden over de ouderdom van Italiaanse gerechten. Een goed voorbeeld vind je bij Sebastiano Benasso en Luisa Stagi, ‘The Carbonara Gate: Food Porn and Gastro-Nationalism’ in: Roberta Sassatelli ed., Italians and Food, 2019, blz. 237-267. Voor veel mensen is carbonara namelijk een oeroud Italiaanse gerecht dat in de loop van de eeuwen een vaste vorm heeft gekregen: wel of geen room? Met dooiers of hele eieren? Met spaghetti of rigatoni? Maar onderzoekers wijzen erop dat de naam ‘carbonara’ vóór 1940 helemaal niet bestond en zien verband met het Amerikaanse soldatenontbijt (eieren met spek) in Wereldoorlog II. Waartegen anderen inbrengen dat Italiaanse combinaties van eieren, spek en pasta wel degelijk al eerder bestonden. Het is dus lastig. Benasso en Stagi stellen dat ook tiramisù, pesto, pasta alla Norma en pizza zeker minder oud zijn dan ‘iedereen’ denkt. Bovendien is ook het regionale karakter van de Italiaanse keuken volgens deze auteurs een moderne ontwikkeling.

In de discussies over welke gerechten deel uitmaken van de cuisine van een land of een regio worden volgens Parasecoli begrippen als traditie, erfgoed en authenticiteit veelvuldig gebruikt. Parasecoli heeft met name kritiek op het hanteren van het begrip authenticiteit. Hierover stelt hij een retorische vraag: ‘De meest relevante vraag is niet welke gerechten authentiek zijn maar waarom en hoe authenticiteit als basis voor beoordeling en waarde zo centraal is geworden.’ Parasecoli gaat dieper in op het begrip authenticiteit in een artikel uit 2019 (‘The invention of authentic Italian Food: Narratives, Rhetoric, and Media’, in Roberta Sassatelli ed., Italians and Food, 2019, pp. 14-41). Hierin wijst hij erop dat traditie en authenticiteit ‘strategische elementen’ zijn in het generen van populariteit en commerciële succes, telkens in combinatie met andere kwaliteiten die toegeschreven worden aan Italianen: gezelligheid en vrijgevigheid.

Parasecoli eindigt dit boek met een nogal optimistische oproep: ‘Het wordt tijd om ten minste de meest vicieuze vormen van gastronativisme te doen verdwijnen.’ En daarmee kunnen we het alleen maar eens zijn. Het is ook heel leuk om Parasecoli te volgen als hij de nativisten onderuithaalt en de onwetenschappelijkheid van hun argumenten aantoont. Maar laten we als culinaire historici ook goed kijken naar onze eigen aannames. De authenticiteit van diverse ingrediënten en diverse gerechten is niet vanzelfsprekend.

Fabio Parasecoli

Gastronativism. Food, Identity, Politics is onderdeel van de reeks Arts and Traditions of the Table (Columbia University Press). Parasecoli heeft ook veel andere publicaties op zijn naam, waaronder Bite me: Food in Popular Culture (2008) en Al Dente: A History of Food in Italy (2014). Zijn boeken zijn voorzien van voetnoten en een bibliografie, en dus heel geschikt voor lezers die verdieping zoeken. Ook zijn blog (www.parasecoli.com) is de moeite waard.

Reacties (1)

  1. B. schreef:

    Zeer interessant artikel, dit smaakt naar meer!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Recente artikelen