Kraamkaas

Dit is een gastblog van Lodewijk Dros (Texel, 1964), filosofieredacteur bij Trouw. Daarnaast publiceert hij over culinaire geschiedenis. Hij schreef (met Annette van Ruitenburg) Lekker Wads. Smakelijke verhalen en gerechten van Texel tot Fanø en de biergeschiedenis Int Texel gebrouwen. Een boek over groene kaas staat op stapel.

Beschuit met muisjes is een bekende, traditionele zoetigheid in de kraamtijd. Daarnaast heb je bijvoorbeeld kandeel en anijs. Veel minder bekend en dus verrassender is een ander, hartig hapje: kaas, dat na de geboorte van een sterveling werd opgediend. Laat ik dat maar ‘kraamkaas’ noemen. Dat kraamkaas geen nieuwerwetse uitvinding is, weten we bijvoorbeeld uit het curieuze boek De avonturen van Dirk Kooger met de memoires van een Texelse zeeman (1780-1847). Zijn boek is van belang voor de geschiedenis van de handelsvaart en bevat daarnaast mooie anekdotes over indianen en een ontmoeting met de zwarte koning Christoffel op Haïti. Ook vertelt Kooger over het sobere eten aan boord, met af en toe een uitschieter als er schildpad of dolfijn is gevangen. Eén passage heeft betrekking op een kraamgebruik: een vracht kaas die hij vervoerde was onder meer bestemd voor net bevallen vrouwen – opmerkelijk omdat dat zuivelproduct in publicaties over (oude) kraamgebruiken doorgaans ontbreekt hoewel het ook buiten Koogers levensschets wel degelijk in die rol voorkwam. Dat was al in de late middeleeuwen zo. ‘Dat een vrouwe, die van kinde bevalt, bynnen twee uren nadattet kint geboren is, een redelic ende hueselic kindermanstic [zie onder] geven mach gemaect van eyeren, butter ende kase,’ zegt een Leidse verordening uit 1445.

Het havenhoofd van Harlingen (1860). Hier vertrok Dirk Kooger met o.a. ladingen ‘Vriesche’ en andere kaas

Voor de duidelijkheid: een ‘kinderman’ was de kersverse vader ofwel kraamheer, en een ‘stic’ was een boterham om op krachten te komen. We krijgen geen recept te horen, maar de vader moet er veel werk aan hebben gehad, want de schrijver van De tien vermakelikheden des houwelyks (1678) ziet hem redderen, druk ‘beesig met haar [bezoek] t’elckens Boterammetjes met Kraamkoekjes en met suyckerde Karwee [karwijzaad], met Ossetong, met Rookvleesch, met oude Kaas.’ Ook een liedje uit Het nieuwe Princesse liedt-boeck (1682) bezingt de ‘kraemheer’ een tikje meewarig. Hij ‘smeert vast stuck op stuck / Met Texel-kaes, Suyker Annijs. / Dus kost hem dier [duur] de prijs.’

Het is goed om het even over die prijs te hebben, want we zien hier iets opmerkelijks gebeuren. Alles was duur: de suiker voor de gesuikerde anijs (onze huidige muisjes!) en voor het gesuikerde karwijzaad, het luxe vlees, de oude kaas, de Texelse kaas… De jonge ouders uit de Vermakelikheden en het liedje hoefden niet op de centen te letten. Maar wie ze kon betalen, had bijna zeker ook een ‘keukenmeyd’ in huis. Het is opmerkelijk dat niet zij het kraamlekkers klaarmaakte, maar de echtgenoot-en-vader. Dat hij in De tien vermakelikheden des houwelyks een ‘sul’ heet, zegt veel over het toen heersende rolpatroon.

En passant krijgen we enig zicht op wat voor kaas geschikt was als kraamkaas: oude kaas. Wie het zich kon permitteren, gaf de visite de beste oude kaas van Nederlandse bodem, Texelse groene schapenkaas. Dit Waddenproduct dankte kleur én scherpe smaak aan een aftreksel van schapenpoep en gold in de Gouden Eeuw tot ver over de landsgrenzen als een topkaas, met bijbehorend prijskaartje. Ook dat bevestigt dat jonge ouders niet per se armoedzaaiers waren.

Een Duits uitstapje en weer terug

Niet alleen de kaas was oud, ook de combinatie van geboorte & kaas is dat. J.H. Nannings herleidde het ontstaan daarvan tot de oud-Germaanse offercultus, en hij deed dat in 1932 in zijn Brood- en Gebakvormen en hunne beteekenis in de Folklore. De Duitse bezetter maakte van dergelijke inzichten nadien een cultuurpolitiek instrument om de Groot-Germaanse zaak te propageren, waardoor zo’n verklaring tegenwoordig suspect is. Of op z’n best als ‘curieuze veronderstelling’ geldt: zo betitelt een Duits standaardwerk het idee dat termen als Rumpelkäs (honingkoek, als nabootsing van kaas) verwijzen naar het luidruchtig afweren van boze geesten bij bevallingen – ik kom daar straks nog even op terug.

Maar dat neemt allemaal niet weg dat ook ‘in Duitsche streken’ de kaas als onderdeel van het kraambed-feestmaal voorkomt. Zodra de boreling werd gedoopt, werd in verschillende doopformules de kaas gezegend. Ook ontving de geestelijke in het Spreewald ten zuiden van Berlijn tot in de 18de eeuw als dank een brood en een kaas, meldt  Hieb-  und  stichfest  –  knistern.  Handwörterbuch  des  deutschen Aberglaubens (2011). En de Oost-Friese baker (‘kraamhulp’), die gasten doopkoeken aanbood, kreeg als beloning een Pupke-Käse, kaas waarin een geldstuk was gestoken. De emancipatie van de kraamheer was dus nog niet overal doorgedrongen.

Negentiende-eeuws kerstfeest op een meisjesschool in het Spreewald. Zou er vanwege het Kindeken kaas zijn rondgedeeld? (Uit: Die Gartenlaube, 1898)

In het Nederlandse deel van Friesland fungeerde het uitdelen van stukjes kaas – Friese griene tsiis, naar we aannemen – als een aanmoediging voor adolescenten om naar geschikt huwelijksmateriaal uit te kijken, aldus Uit Friesland’s volksleven van vroeger en later  (1895).  Was er een jongetje geboren,  dan  kreeg het meisjesbezoek (de ‘fammens-kreambisiten’) een stukje kaas op een stokje geprikt, zodat ze ‘dan den eerstvolgende nacht droomden van hare aanstaande vrijers’. Was het kraamkind een meisje, dan kregen jongens die op visite kwamen, zo’n stokje met een vergelijkbare droom om naar uit te kijken.

Bij dit laatste ritueel was de kaas bestemd voor het bezoek. Dat is anders in Het oud-Hollandsch huisgezin der zeventiende eeuw (1867). Na de bevalling – de baker en de minne (‘zoogster’) zijn net gearriveerd – is het tijd voor versterkende middelen. De jonge moeder krijgt kandeel van ei, suiker, (brande)wijn en specerijen, plus een kop ‘met soeten wijn’ die schoon leeg gaat. Daarbij laat ze zich een ‘geraspt [ontkorst?] broodje met boter en schaepkaes’ smaken. De Wikipedia schrijft dat de kraamheer ook hierbij een bijzondere rol speelde:

‘Volgens de traditie moet de vader de kandeel roeren met een pijpje kaneel, in aanwezigheid van de kraamvisite. De kraamheer draagt daarbij een zijden mutsje met linten van de kraamvrouw. Het ritueel zou de boze geesten bij moeder en kind moeten verdrijven’ – je denkt onwillekeurig aan het Duitse ritueel van hierboven.

Uit de Streek (het gebied tussen Hoorn en Enkhuizen) komt het rijmpje ‘Voor de kraamvrouw een presentje: voor de kraamheer ook een endje’, wat volgens een toelichting in De Tijd en De Amstelbode gaat over ‘een endje brood en een endje kaas’ – en een endje van een strook koek bij de koffie. De auteur die als ‘Streeker’ ondertekent, suggereert dat het gebruik dan – het is 1912 – nog altijd in zwang is.

Een brik is tot in de negentiende eeuw als oorlogsschip en voor de koopvaardij gebruikt. Deze afbeelding komt uit Koogers eigen boek, en je mag aannemen dat hij op zo’n schip gevaren heeft.

En dan over de Noordzee

Dirk Kooger verscheepte rond 1800 boter en verschillende soorten kaas naar Groot-Brittannië. Zo memoreert hij meermaals dat hij Noord-Hollandse kaas vervoerde. Een toelichting leverde hij bij één vracht, vervoerd vanuit Harlingen met bestemming Schotland. Dat was ‘een ladung slijpstenen of Vriese kaas’. Die slijpsteenvorm, een forse schijf, lijkt te wijzen op de Friese nagelkaas, de zogeheten kanterkaas die ‘haar débouché [afzetgebied] in Schotland’ vindt, aldus het Magazijn voor landbouw en kruidkunde (deel 2, 1862).  Toch transporteerde Kooger niet de vrij goedkope kanter, maar ‘Vriese’ kaas. Die bediende een nog lager segment van de markt. In het vuistdikke Handboek voor de vaderlandsche landhuishoudkunde (1842) staat de bereidingswijze van deze ‘Vriesche kaas’ uitgelegd. Die werd gemaakt van koemelk waarvan ‘alle room tot boter maken afgeschept is’. De ‘boerin’ voegde aan de wrongel zout toe. Dure kruidnagel of komijn kwamen er niet aan te pas

En Dirk meldt nog een fraai extra detail over zijn vracht. ‘Deze kaas is in Schotland door zijn goedkoopte zeer getrokken [in trek] en daar komt nog bij dat men mijn verhaalde dat wanneer een vrouw in het kraambed komt, dan krijgt den vrouw een kaas present [cadeau].’ Maar wat deed ze daarmee? At ze hem zelf op om aan te sterken? Niet per se. In Schotland kwamen rond de geboorte van een kind bijzondere producten op tafel. Men brouwde dan speciaal groaning malt, kreun- of kermbier. En zo bestond er ook groaning cheese, aldus The Terminology for Personal Occasions in Lowland Scotland (2002). De naam kermkaas is natuurlijk een weinig subtiele verwijzing naar het hoorbare effect van de barensweeën. En daarna gaven de Schotten hun heel eigen draai aan de traditionele samenhang tussen kaas en geboorte. Na de geboorte begon het gezin de kaas namelijk vanuit het midden te consumeren en dat ging door tot de dag dat het nieuwe gezinslid gedoopt werd. Huwbare meisjes (damsels) die op bezoek kwamen, kregen bovendien een stukje van die kaas op een prikker mee en konden dan van toekomstige vrijers dromen – net als in Friesland. Het resultaat is duidelijk: op de dag van de doop zat er een ferm, rond gat in de enorme kaas, en daar werd de boreling doorheen geschoven – de kaas als nagebootst baarkanaal. Da’s pas échte kraamkaas!

Traditionele kreunkaas. Ook buiten Schotland kwam de gewoonte voor.

Moderne Britse kaasmakers proberen het gebruik nieuw leven in te blazen

Reacties (1)

  1. Leo de Klerk schreef:

    Heel bijzondere gebruiken. Bij de geboorte van onze kinderen ging het er heel wat saaier aan toe. Hooguit een glaasje wijn.
    En verbazend. Want dit is de wereld van onze (bet)overgrootouders. We kunnen natuurlijk uitgebreid kakelen over ‘onze’ Nederlandse/ Friese cultuur, maar wat is/was die cultuur nu eigenlijk? Culinaire geschiedenis roept boeiende vragen op!
    Leo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen